Tafelindeling
Tafelindeling
De tafelindeling kan er misschien een beetje imponerend uitzien met al die messen, vorken en glazen. Het is handig om te weten dat alles altijd op een vaste plek staat zoals hieronder op het plaatje afgebeeld.
1. Boter en brood bordje
2. Waterglas
3. Rode wijnglas
4. Witte wijnglas
5. Dessert
Servet
Leg tijdens het eten je servet altijd opengevouwen op je schoot, knoop het nooit in je kraag! Als je vertrekt leg je het (niet gevouwen) servet altijd links van je bord. Het servet is alleen bedoeld om voorzichtig je lippen mee te deppen, gebruik het niet voor andere doeleinde.
Zorg ervoor dat je servet er na het eten niet uitziet als een dweil, houd het netjes.
Bestek
• Het bestek gebruik je van buiten naar binnen.
• De vork hoort links van het bord te liggen en het mes rechts.
• Boven je bord ligt eventueel het bestek voor het dessert.
• Voor elke dinergang gebruik je nieuw bestek.
• Breng bij het eten je lepel of vork naar je mond, buig er niet naartoe.
• Als je de maaltijd onderbreekt leg dan je mes en vork kruiselings op het bord, de vork moet met de tanden naar beneden op het bord gelegd worden.
• Als je klaar bent met eten leg je het bestek diagonaal van links boven naar rechts onder op je bord. Het mes leg je aan de buitenkant en de vork aan de binnenkant.
Soep
• Eet altijd van de zijkant van je lepel.
• Maak geen slurp geluiden, en blaas de soep niet koud.
• Kantel het kommetje eventueel om de laatste soep op te lepelen.
• Alleen bouillon mag je zonder lepel uit de kom (met oren) drinken.
• Soep hoort niet een tweede keer te worden opgediend.
Brood
• Breek brood af met je hand, snij het niet met een mes.
• Gebruik het botermesje om boter op je brood te doen.
• Besmeer steeds kleine stukjes brood met je eigen mesje.
Kaas
• Eet niet van je kaasmesje.
• Smeer geen boter op het brood waar je ook een stukje kaas op doet.
Pasta
• Pasta eet je te allen tijde met een vork en lepel, gebruik geen mes.
• Bij grote pastastukken, zoals lasagne mag je wel een mes gebruiken.
Aardappelen
• Aardappelen snijd je niet af met een mes, je breekt er met je vork een stukje af.
• Een aardappel met schil houd je met de vork vast en vervolgens haal je met een mes de schil er af.
Vlees & gevogelte
• Vlees en gevogelte wordt met mes en vork gegeten.
• Lamskoteletten mogen met de hand worden gegeten.
Vis
• Vis eet je altijd met een viscouvert.
• Haal het vel (van een kant) eraf en eet kleine stukjes van de vis.
• Als er per ongeluk een graat in je mond zit, haal je het er zo discreet mogelijk uit.